Eten en drinken is een complex proces waarbij tal van spieren betrokken zijn: gelaats- en kaakspieren, de tong, de keel en de slokdarmspieren. Zwakte – hoe dan ook veroorzaakt – kan eet- en slikproblemen veroorzaken.

Een mens slikt 600 keer per dag: om te eten, te drinken of om slijm en speeksel door te slikken. Slikken is een heel proces, dat bij de lippen begint en eindigt wanneer voedsel of vloeistof in de maag komt.
Op deze pagina staat informatie over problemen die met eten/drinken en slikken te maken hebben.

Eet- en drinkproblemen bij kinderen
Kinderen met eet- en drinkstoornissen verslikken zich regelmatig en/of spugen veel. Het kan ook zijn dat een kind de voeding weigert. Er kunnen verschillende oorzaken zijn. De baby is bijvoorbeeld te vroeg geboren en heeft nog onvoldoende kracht en uithoudingsvermogen om te zuigen en te slikken. Soms is het slikmechanisme verstoord door beschadiging van mond of keel, of de besturing van het slikken vanuit de hersenen functioneert niet goed. Dit kan het gevolg zijn van hersenletsel opgelopen voor, tijdens of na de geboorte. Soms kan het kind wel slikken, maar wil dat niet, om verschillende redenen.

    • Eet- en drinkstoornissen ontstaan doordat kinderen de spieren die nodig zijn bij het zuigen, afhappen van een lepel, bijten, kauwen en slikken niet onder controle hebben.
    • Een kind kan ook afwijkende voedingsreflexen hebben.
    • Ook een over/ondergevoeligheid in de mond kan leiden tot eet en/of drinkproblematiek.

Een logopedist kan onderzoeken waar en waarom in het slikproces een probleem optreedt. Vervolgens kan zij adviezen en behandeling geven ter verbetering van zuigen en slikken.

Eet- en drinkproblemen bij volwassenen
De mond wordt gebruikt om te spreken, maar ook om te eten en te drinken.
Slikstoornissen kunnen ontstaan door veranderingen in de structuren van de mond, de keel en het strottenhoofd. Er kunnen problemen ontstaan in de aansturing van de spieren, of er kan sprake zijn van een plaatselijke beschadiging waardoor het slikken minder goed gaat.
Wanneer de spieren die het slikken controleren, verzwakt zijn, gaat speeksel zich verzamelen in de mond alwaar het kan ‘weglopen’ uit de mond. Het speeksel kan ook terechtkomen in de luchtwegen met verslikking tot gevolg. Dit veroorzaakt vaak grote paniek bij de patiënt en zijn omgeving.

Slikstoornissen hebben zowel lichamelijke als sociale gevolgen. Lichamelijke gevolgen zijn bijvoorbeeld verslikken, moeite met kauwen, het blijven hangen van voedsel of ongewenst gewichtsverlies. Sociale gevolgen van slikproblemen zijn bijvoorbeeld dat het nuttigen van een diner in een restaurant lastig kan zijn en dat het plezier in het eten en drinken kan verdwijnen.

    • Na hersenletsel (bijvoorbeeld door een beroerte, ongeval, tumor) of een aandoening van het zenuwstelsel (bijvoorbeeld MS, Parkinson, A.L.S.) kan de aansturing van spieren problemen geven.
    • Door een operatie in het hoofd- en halsgebied treden soms plaatselijke beschadigingen op of zijn er belemmeringen waardoor het eten en drinken minder gemakkelijk gaat.
    • Stress en angst kunnen ook leiden tot problemen met het eten en drinken.
    • Afwijkende mondgewoonten. Wanneer na het wisselen van de voortanden nog sprake is van duim- of vingerzuigen, voortdurend de mond openstaat en/of is er vaak sprake van afwijkend slikken. Vaak ligt de tong ook tijdens rust en spreken zichtbaar tussen de tanden.
    • Gehemeltespleet/schisis. Dit geeft ook vaak problemen met het slikken.

Een logopedist kan de oorzaak van de slikstoornis opsporen en vaststellen in welke fase van het slikproces de stoornis zich bevindt. Vervolgens kan de logopedist de behandeling starten, al dan niet in overleg met de KNO-arts/neuroloog.